Rapportageproces

/Rapportageproces
Rapportageproces2018-12-21T08:02:08+00:00
Rapportageproces

De volledige cyclus samengevat

Om er voor te zorgen dat de landen die het Kinderrechtenverdrag hebben ondertekend en geratificeerd hun verplichtingen naleven, werd het VN-kinderrechtencomité opgericht. Het Kinderrechtencomité moet toezien of de staten alle bepalingen van het verdrag naleven en in praktijk omzetten.

Ze doen dit door om de vijf jaar een rapport op te vragen bij de overheid van de landen in kwestie. Dit overheidsrapport geeft een officiële stand van zaken van de naleving van het Kinderrechtenverdrag. Vaak zit er vertraging op het rapportageproces, soms zelfs jaren. Tussen de laatste 2 overheidsrapporten zat zelfs 9 jaar tijd!

Naast het overheidsrapport doet het VN-kinderrechtencomité ook beroep op bijkomende informatie van gespecialiseerde kinderrechtenorganisaties. In België verenigen de kinderrechtenorganisaties zich zowel in Vlaanderen als in Franstalig België in een netwerk. In Vlaanderen is dat de Kinderrechtencoalitie Vlaanderen, in Franstalig België La Coördination des ONG pour les Droits de l’Enfant. Samen schrijven zij om de vijf jaar een alternatief rapport dat het overheidsrapport aanvult en nuanceert. Naast de kinderrechtenorganisaties, dienen ook Unicef en het Kinderrechtencommissariaat een alternatief rapport in.

Het Kinderrechtencomité leest en bespreekt zowel het overheidsrapport als de alternatieve rapporten. Op basis van een bespreking van de alternatieve rapporten op de pre-sessie stelt het Comité een lijst van bijkomende vragen op voor ons land.

Na het beantwoorden van de extra vragen en het inwinnen van bijkomende info, wordt een delegatie van de Belgische overheid uitgenodigd op de plenaire sessie in Genève. Daar gaat het Kinderrechtencomité rechtstreeks in gesprek met de overheidsdelegatie.

Na deze bespreking formuleert het Kinderrechtencomité de slotbeschouwingen voor ons land. Met deze aanbevelingen moet de overheid de komende vijf jaar aan de slag, zodat ze in het volgende rapport haar verbeteringen kunnen aantonen.

De slotbeschouwingen zijn ook voor de Kinderrechtencoalitie heel belangrijk, want hiermee kunnen we onze overheid wijzen op haar verantwoordelijkheden.

Alle onderdelen van het rapportageproces op een rij

1. Overheidsrapport

De rapportagecyclus start met het overheidsrapport of staatsrapport. Hierin geeft de overheid een stand van zaken van de naleving van het kinderrechtenverdrag, hoe het wordt omgezet in wetgeving en hoe de vorige aanbevelingen werden opgevolgd. In België wordt het overheidsrapport gecoördineerd door de Nationale Commissie voor de Rechten van het Kind.

Het overheidsrapport is een publiek document en wordt ook op de website van het Kinderrechtencomité gedeeld. Hier vind je de overheidsrapporten die reeds werden ingediend door België:

2. Alternatieve rapporten

Elke kinderrechtenorganisatie of NGO mag bijkomende informatie aan het kinderrechtencomité bezorgen in de vorm van een ‘alternatief rapport’. In veel landen wordt ook een rapport opgemaakt vanuit kinderen en jongeren zelf. De alternatieve rapporten zorgen er voor dat het Kinderrechtencomité goed geïnformeerd is over de naleving van het kinderrechtenverdrag, niet alleen vanuit de overheid, maar ook vanuit het middenveld, de praktijk, de wetenschap, …

Niet alleen de Kinderrechtencoalitie brengt een dergelijke rapport uit, ook andere organisaties kunnen een alternatief rapport publiceren. Zij focussen daarbij vooral op hun kernthema’s.

3. Pre-sessie

Tijdens de pre-sessie ontmoet het Kinderrechtencomité de kinderrechtenorganisaties persoonlijk in Genève. Het Comité nodigt verschillende kinderrechtenorganisaties uit op basis van de alternatieve rapporten die ze hebben ontvangen. Voor België zijn dat meestal de Kinderrechtencoalitie en de Kinderrechtencommissaris samen met hun Franstalige tegenhangers en Unicef. Ook andere gespecialiseerde organisaties kunnen worden uitgenodigd. De pre-sessie verloopt confidentieel wat wil zeggen dat niets wat daar wordt gezegd openbaar mag worden gemaakt. Dit om de NGO’s zo veel mogelijk vrijheid te geven om hun bezorgdheden mee te geven aan het Kinderrechtencomité.

4. Bijkomende vragen (list of issues)

Op basis van het overheidsrapport, de alternatieve rapporten en de pre-sessie stelt het Kinderrechtencomité een aantal bijkomende vragen aan ons land. Dit kan gaan over verduidelijkingen van het overheidsrapport, maar ook over extra cijfers en statistieken of een bijkomende vraag die is opgekomen na de pre-sessie. Deze vragenlijst is een publiek document en is te vinden op de website van het kinderrechtencomité.

5. Antwoorden op de bijkomende vragen

De overheid krijgt enkele maanden tijd om te antwoorden op de bijkomende vragen van het Kinderrechtencomité. Eens deze antwoorden ingediend zijn, worden ze gepubliceerd op de website van het Kinderrechtencomité.

6. Bijkomende info

Kinderrechtenorganisaties, ook organisaties die géén alternatief rapport indienden, krijgen dan de gelegenheid om bijkomende informatie te bezorgen aan het Kinderrechtencomité of de overheidsantwoorden aan te vullen.

7. Plenaire sessie

Tijdens de plenaire sessie gaat het Kinderrechtencomité in gesprek met de Belgische overheid. Dit gesprek is gebaseerd op alle voorafgaande stappen en documenten. De sessie is publiek en mag bijgewoond worden door pers, kinderrechtenorganisaties en individuen. Ze is ook live te volgen of achteraf te bekijken.

8. Slotbeschouwingen (concluding observations)

Op het einde van de rapportagecyclus formuleert het Kinderrechtencomité de slotbeschouwingen voor ons land. Deze aanbevelingen zijn gebaseerd op alle voorafgaande stappen in het rapportageproces en bevatten ook de datum waarop het volgende overheidsrapport moet worden ingediend.

Wij maken gebruik van cookies om uw surfervaring op onze site te verbeteren. Door op OK te klikken of door verder te surfen, gaat u akkoord met deze cookies. OK