Kinderrechten zijn mensenrechten, maar kinderen zijn een bijzondere soort mensen. Enerzijds hebben kinderen nood aan meer bescherming dan volwassenen, anderzijds moet het verdrag er voor zorgen dat ze als volwaardige burgers worden beschouwd met een eigen beslissingsrecht over hun leven en de maatschappij.

Alle kinderrechten staan samen in het Kinderrechtenverdrag, dat door 196 landen werd ondertekend. Alle landen ter wereld, behalve de Verenigde Staten van Amerika, ondertekenden het verdrag. Het kinderrechtenverdrag is van toepassing op alle kinderen onder de 18 jaar. 

Belangrijk om te weten:

Non-discriminatie is het tweede artikel van het Kinderrechtenverdrag. De kinderrechten gelden dus voor álle kinderen. Er mag geen onderscheid gemaakt worden op basis van afkomst, leeftijd, geslacht of welk ander criterium dan ook. De Belgische overheid moet instaan voor de kinderrechten van élk kind in ons land. 

Elk kinderrecht is even belangrijk, het ene recht bestaat niet zonder het ander. Het Kinderrechtenverdrag moet als geheel bekeken worden, je kunt er geen rechten uit ‘kiezen’. Een kinderrechtenbeleid verbindt alle levensdomeinen.

Elk kind heeft het recht om te leven en om zich te ontwikkelen (art.6). In elke beslissing die genomen wordt over een kind, of het nu is door een rechter, een ouder, een leerkracht, de overheid … moet het belang van het kind een eerste overweging zijn (art.3).

Revolutionair aan het Kinderrechtenverdrag is dat het kind voor het eerst wordt gezien als een zelfstandige drager van rechten. Elk kind moet toegang krijgen tot informatie om zijn mening te vormen (art.17), mag die mening uiten (art.13) en er moet ook rekening mee gehouden worden (art.12).

Het kinderrechtenverdrag is er gekomen om kinderen te beschermen tegen oorlog, geweld en onrecht. De strijd voor gelijke rechten voor alle kinderen, start bij de kinderen die in hun rechten geschonden worden.