Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens veroordeelt België
Persbericht van het Platform Kinderen op de vlucht, 20 januari 2010
Op dinsdag 19 januari 2010 heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens België veroordeeld in de zaak Muskhadzhiyeva. Deze zaak betreft een Tsjetsjeense familie, bestaand uit een moeder en vier minderjarige kinderen, die iets langer dan een maand opgesloten zijn geweest in het gesloten centrum ‘127 bis’ tussen december 2006 en januari 2007.
Het Platform verheugt zich dat het Hof de volgende punten naar voren heeft gebracht:
- Het EHRM beschouwt dat het Vedrag inzake de rechten van het kind, een verplichte norm is die de Staten moeten respecteren
- Het arrest Tabitah wordt gebruikt ter inspiratie. De verplichting van de Staat om bescherming te verschaffen wordt hier herhaald : « de overheid moet kinderen beschermen tegen slechte behandelingen en dit voorkomen ». Zoals in de zaak ‘Tabitah’ is detentie beschouwd als een onmenselijke of onterende behandeling. Er wordt wel een verschil gemaakt tussen de twee zaken, aangezien de kinderen in deze zaak vergezeld waren door hun moeder. Het Platform is desalniettemin van mening, in het geval van deze familie, dat de detentie van de kinderen met hun moeder ook een onmenselijke en onterende behandeling is. De zaak Tabitah wordt ook vermeld betreffend het verband dat moet gelegd worden tussen de reden voor het ontnemen van de vrijheid en detentie.
- Het Hof is van oordeel dat de eisende partij alle rechtsmiddelen, inderdaad, hebben opgebruikt. Een klacht bij de Klachtencommissie voor de gesloten centra was niet ingediend maar waarschijnlijk had zo’n klacht toch niet veel effect gehad (lange wachttijd, een niet onafhankelijke instelling, onmogelijkheid de beslissing tot terugkeer te verdagen, onontvankelijke vorderingen etc.).
- Het Hof onderstreept herhaaldelijk dat er verschillende psychologische rapporten zijn uitgegeven over de gevaarlijke gevolgen van de detentie, in het bijzonder, op één van de kinderen. Het Hof herhaalt ook dat er veel rapporten bestaan over de realiteit van de kinderen in detentie. Het feit dat de kinderen niet gescheiden waren van hun moeder is geen reden voor de overheid om hun verplichting om bescherming te verschaffen niet na te komen.
- De Belgische Staat is veroordeeld tot het betalen van de som die gevraagd was door de eisende partij.
- Het Platform verwelkomt de inzet van de staatsecretaris voor Asiel, Melchior Wathelet, om de huidige situatie te verbeteren.
Het Platform onderstreept echter,
- het opsluiten van families in de Dublin procedure (de transfer naar de lidstaat die verantwoordelijk is voor de asielaanvraag) is op geen enkele wijze gerechtvaardigd. Men kan zich vragen stellen bij het feit dat België de humanitaire bepaling niet heeft gebruikt binnen het Dublin systeem (zo zou België verantwoordelijk geweest voor de asielaanvraag van deze familie en niet Polen) en dat het Hof hier niet op heeft gereageerd.
- Het is jammer dat het Hof niet vaker verwijst naar het grootste belang van het kind
- Het is jammer dat het Hof niet beschouwt dat de moeder ook onder een onmenselijke en onterende behandeling heeft geleden. De moeder was in een situatie waarin ze haar kinderen niet kon beschermen tegen de nefaste effecten van de detentie en leed onder het aanzien van de verslechterende situatie van haar kinderen. Het platform betreurt dat de schending van artikel 8 betreffend het familie een privé leven niet is erkend door het Hof. Detentie in gesloten centra is door het Platform beschouwd als een schending van het familie en privé leven.
- Het is jammer dat het Hof geen rekening houdt met het feit dat het Hof van Cassatie zich nog niet had kunnen uitspreken over het beroep dat hier was ingediend door de familie. De familie was al teruggestuurd naar Polen voordat er een besluit kwam van het Hof van Cassatie dus werd de uitspraak als ‘zonder voorwerp’ geklasseerd.
Zie ook http://www.crin.org/email/crinmail_detail.asp?crinmailID=3243#be
